ECLI:NL:HR:2015:3000

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2015
Publicatiedatum
8 oktober 2015
Zaaknummer
14/06123
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2003

De erven van A. Z. hebben beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 30 oktober 2014, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbenden tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2003 had behandeld.

De Staatssecretaris van Financiën heeft verweer gevoerd, waarna belanghebbenden een conclusie van repliek hebben ingediend. De Hoge Raad heeft de middelen van belanghebbenden beoordeeld en deze verworpen op grond van de overwegingen in een gelijktijdig arrest (nr. 14/06127) tussen dezelfde partijen.

De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van de erven van A. Z. wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

9 oktober 2015
Nr. 14/06123
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
de erven van [A]te
[Z](hierna: belanghebbenden) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 30 oktober 2014, nr. 13/01124, op het hoger beroep van belanghebbenden tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nr. AWB 12/2343) betreffende de aan belanghebbenden over het jaar 2003 opgelegde navorderingsaanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.

1.Geding in cassatie

Belanghebbenden hebben tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbenden hebben een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen falen op grond van hetgeen is overwogen in het heden in de zaak met nummer 14/06127 tussen dezelfde partijen uitgesproken arrest van de Hoge Raad.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 9 oktober 2015.