Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 17 april 2015, nr. 14/05140, ECLI:NL:HR:2015:1046.
Hoge Raad
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een eerder arrest van 17 april 2015. Belanghebbende verzocht de Hoge Raad om herziening van dit arrest, maar het verzoekschrift bevatte geen nieuwe feiten of omstandigheden die volgens artikel 8:119, lid 1, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) herziening konden rechtvaardigen.
De Hoge Raad heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat het verzoek klaarblijkelijk niet tot herziening van het arrest kan leiden en derhalve geen behandeling in cassatie rechtvaardigt. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) en na advies van de Procureur-Generaal werd het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de raadsheer C. Schaap als voorzitter en de raadsheren M.A. Fierstra en M.E. van Hilten, in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, op 2 oktober 2015. Hiermee is het verzoek formeel afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de herzieningsgrond.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.