Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beslissing
29 september 2015.
Hoge Raad
Klaagster heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Oost-Brabant inzake een klaagschrift op grond van artikel 552a Sv. Het cassatieberoep is ingediend met een middel van cassatie, waarvan de advocaat van klaagster schriftelijk heeft toegelicht.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard op basis van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO). De Hoge Raad heeft dit advies gevolgd en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat klaagster onvoldoende belang heeft bij het beroep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De beschikking is gegeven door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 29 september 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.