Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
22 september 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het besturen van een motorrijtuig terwijl hij redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Het hof baseerde zijn oordeel op het feit dat het besluit tot ongeldigverklaring aangetekend aan het juiste adres van verdachte was verzonden.
De Hoge Raad overwoog dat uit de enkele omstandigheid dat het besluit aan het juiste adres was verzonden en retour kwam met de mededeling "niet afgehaald", niet volgt dat verdachte redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. De bewezenverklaring ontbeerde daarom een deugdelijke motivering.
De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in openbare terechtzitting op 22 september 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling omdat niet vaststaat dat verdachte redelijkerwijs wist van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs.