Uitspraak
1.De vordering van de Procureur-Generaal
2.De raadkamer
3.Beoordeling van het verzoek
4.Beslissing
6 februari 2015.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De Procureur-Generaal heeft bij de Hoge Raad een vordering ingediend tot ontslag van een rechterlijk ambtenaar van de rechtbank Zeeland-West-Brabant wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Deze vordering is gebaseerd op artikel 46o van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (Wrra).
De Hoge Raad heeft het verzoek in raadkamer behandeld waarbij zowel de betrokkene als de president van de rechtbank afzagen van hun aanwezigheid en instemming betuigden met de vordering. De Raad heeft de stukken, waaronder het proces-verbaal van het gehoor en de beoordeling door het UWV, betrokken bij haar oordeel.
Op grond van artikel 46i lid 1 Wrra is vastgesteld dat de betrokkene ten minste twee jaar onafgebroken arbeidsongeschikt is, herstel binnen zes maanden niet te verwachten is en duurzame re-integratie binnen een redelijke termijn niet mogelijk is. De Hoge Raad concludeert dat aan de voorwaarden voor ontslag is voldaan en verleent het ontslag met ingang van 1 maart 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent ontslag aan de rechterlijk ambtenaar wegens langdurige arbeidsongeschiktheid per 1 maart 2015.