ECLI:NL:HR:2015:2549

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2015
Publicatiedatum
11 september 2015
Zaaknummer
15/02315
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 8 april 2015. Het beroepschrift voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 6:5, lid 1, letter d, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de gronden van het beroep ontbraken.

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief op 28 mei 2015 in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen zes weken te herstellen. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt, waardoor het verzuim niet is hersteld.

Op grond van artikel 6:6 Awb Pro verklaart de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Er zijn geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 11 september 2015 in het openbaar gewezen door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van de gronden en het niet herstellen van het verzuim.

Uitspraak

11 september 2015
nr. 15/02315
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 8 april 2015, nrs. BK‑14/00653 t/m BK-14/00685, betreffende het verzoek van belanghebbende om herziening van de uitspraak van het Hof van 8 april 2015.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

Het beroepschrift in cassatie bevat, hoewel artikel 6:5, lid 1, letter d, Awb dit vereist, niet de gronden van het beroep.
Bij aangetekende brief van 28 mei 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, heeft de griffier van de Hoge Raad belanghebbende in de gelegenheid gesteld dat verzuim binnen zes weken na de dagtekening van deze brief te herstellen.
Belanghebbende heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Nu herstel van het verzuim niet heeft plaatsgevonden, zal de Hoge Raad met toepassing van het bepaalde in artikel 6:6 Awb Pro het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaren.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 september 2015.