Uitspraak
wonende te [woonplaats] , thans verblijvende te Hoofddorp,
zetelende te HAARLEM,
1.Het geding in feitelijke instantie
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
11 september 2015.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een verzoek om een voorlopige machtiging op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) voor betrokkene die vrijwillig in een psychiatrisch ziekenhuis verbleef. De rechtbank Noord-Holland had de machtiging verleend ondanks dat betrokkene zich vrijwillig had gemeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat een geneeskundige verklaring, opgesteld door een psychiater maar niet mede ondertekend door de geneesheer-directeur van het ziekenhuis, voldoende was. Volgens de wet is bij vrijwillig verblijf vereist dat de geneesheer-directeur de verklaring mede ondertekent.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling. De klacht over de beoordeling van de vrijwilligheid van het verblijf werd niet ontvankelijk verklaard omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens ontbreken medeondertekening door geneesheer-directeur en verwijst de zaak terug.