Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Den Haagvan 2 mei 2014, nr. BK-13/01262, betreffende een door belanghebbende op aangifte voldaan bedrag aan overdrachtsbelasting.
Hoge Raad
In deze zaak heeft belanghebbende beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 2 mei 2014, betreffende een bedrag aan overdrachtsbelasting dat op aangifte was voldaan.
De Hoge Raad heeft beoordeeld of het cassatieberoep ontvankelijk is. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen, omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.
Daarom verklaart de Hoge Raad, met toepassing van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal, het beroep in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is op 9 januari 2015 in het openbaar uitgesproken door raadsheren C. Schaap (voorzitter), M.A. Fierstra en J. Wortel.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard.