Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
8 september 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken voor mishandeling en eenvoudige belediging van een ambtenaar. Het hof oordeelde dat op grond van art. 22b, tweede lid, Wetboek van Strafrecht (Sr) geen taakstraf kon worden opgelegd vanwege eerdere taakstrafveroordelingen en de uitvoering daarvan.
De Hoge Raad onderzocht het Uittreksel Justitiële Documentatie (UJD) en constateerde dat de opgelegde taakstraf kennelijk niet of niet geheel was verricht, zonder dat blijkt dat de vervangende hechtenis tenuitvoerlegging was bevolen. Hierdoor was het oordeel van het hof onbegrijpelijk dat art. 22b, tweede lid, Sr een taakstrafoplegging uitsluit.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden voor hernieuwde berechting en afdoening van de strafoplegging. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.