ECLI:NL:HR:2015:2472

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 september 2015
Publicatiedatum
8 september 2015
Zaaknummer
14/02263
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens niet tijdig indienen middelen cassatie

In deze strafzaak heeft de Advocaat-Generaal bij het Hof het cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Echter heeft de Advocaat-Generaal niet binnen de in artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn een schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend. Hierdoor is niet voldaan aan een essentiële vormvereiste voor ontvankelijkheid.

De Hoge Raad heeft daarom het beroep van het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en niet tot een wijziging van het hofarrest heeft geleid.

De uitspraak benadrukt het belang van strikte naleving van procedurele termijnen in cassatiezaken. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 8 september 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van het Openbaar Ministerie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen van middelen van cassatie.

Uitspraak

8 september 2015
Strafkamer
nr. S 14/02263
ARA/KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 22 november 2013, nummer 21/002567-11, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1975.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de Advocaat-Generaal bij het Hof. Middelen van cassatie zijn door deze niet voorgesteld.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

Nu de Advocaat-Generaal bij het Hof niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft ingediend, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, eerste lid, Sv, zodat de Advocaat-Generaal bij het Hof in het beroep niet kan worden ontvangen.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de Advocaat-Generaal bij het Hof niet-ontvankelijk in het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
8 september 2015.