Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
gevestigd te Amstelveen,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de omvang van de precontractuele mededelingsplicht van een aspirant-verzekeringnemer bij een kredietverzekeringsovereenkomst centraal. Atradius Credit Insurance N.V. stelde cassatieberoep in tegen eerdere arresten van het gerechtshof Amsterdam, waarin werd geoordeeld over de mededelingsplicht en de vraag of er sprake was van opzet tot misleiding.
De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en concludeerde dat de aangevoerde klachten in het cassatieberoep niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO) was geen nadere motivering vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het voorwaardelijk incidentele cassatieberoep van British American Tobacco Nederland B.V. kwam hierdoor niet aan de orde. De Hoge Raad wees het beroep van Atradius af en veroordeelde Atradius tot betaling van de proceskosten aan de zijde van BAT. Dit arrest bevestigt de jurisprudentie omtrent de precontractuele mededelingsplicht in kredietverzekeringszaken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Atradius wordt verworpen en Atradius wordt veroordeeld in de proceskosten.