Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
27 januari 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 18 januari 2013 in een strafzaak. Namens verdachte heeft mr. J.P.A. van Schaik middelen van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Daarom heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en het arrest van het Gerechtshof gehandhaafd. Het arrest is gewezen door de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan (voorzitter), N. Jörg en V. van den Brink en uitgesproken op 27 januari 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.