Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Vianen,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
10 juli 2015.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen tegen het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. Het geschil betreft de bevoegdheid tot het vaststellen van een pilotreglement voor civiele dagvaardingszaken, zoals geregeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de Rechterlijke Organisatie en artikel 133 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de feitelijke instanties, waaronder het vonnis van de kantonrechter en het arrest van het gerechtshof. Tegen de verweerster, Grenkefinance N.V., is verstek verleend. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De Hoge Raad bevestigt hiermee de geldigheid en bevoegdheid van het hof ’s-Hertogenbosch om het pilotreglement vast te stellen en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van de verweerster.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het pilotreglement door het hof ’s-Hertogenbosch bevestigd.