Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
7 juli 2015.
Hoge Raad
De verdachte heeft bij de Hoge Raad beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 9 september 2013. Het cassatieberoep is ingediend door de advocaat van verdachte, mr. W.H. Jebbink. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is geen nadere motivering vereist omdat de middelen niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad heeft het beroep derhalve verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand gelaten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.