Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het tweede middel
(pagina 45):
3.Beoordeling van de overige middelen
4.Beslissing
7 juli 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak is aan verdachte ten laste gelegd dat hij op of omstreeks 24 en 25 mei 2013 te Utrecht openlijke geweldpleging met verenigde krachten heeft gepleegd tegen diverse panden, politie en personen. De verdediging voerde aan dat de dagvaarding ten aanzien van het tweede tenlastegelegde feit gedeeltelijk nietig is wegens het ontbreken van nadere tijdspecificaties bij de verschillende gedragingen die als afzonderlijke feiten zouden moeten worden beschouwd.
Het hof heeft de tenlastelegging echter uitgelegd als een samenhangend feit, waarbij de openlijke geweldpleging gedurende de nacht van 24 op 25 mei 2013 bestond uit een of meer van de genoemde gedragingen. De Hoge Raad oordeelt dat deze uitleg niet onverenigbaar is met de bewoordingen van de tenlastelegging en derhalve moet worden geëerbiedigd.
Hoewel het hof niet uitdrukkelijk heeft beslist op het verweer van gedeeltelijke nietigheid van de dagvaarding, leidt dit verzuim niet tot cassatie omdat het hof het verweer slechts had kunnen verwerpen. De overige middelen van cassatie worden eveneens verworpen. Het beroep wordt afgewezen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.