Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het namens de verdachte voorgestelde middel
3.Slotsom
4.Beslissing
7 juli 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Amsterdam veroordeeld voor diefstal uit een woning te Ouderkerk aan de Amstel op 13 augustus 2010, samen met een mededader. Het hof baseerde de bewezenverklaring op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen, proces-verbalen van aangifte en bevindingen, en verhoren van verdachte en getuigen.
De verdachte stelde in cassatie dat de bewezenverklaring niet uit de bewijsvoering van het hof kon worden afgeleid. De Hoge Raad oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om de bewezenverklaring te dragen, mede gezien het aangevoerde alibi, het niet overeenkomen van het signalement en het mogelijke alternatieve scenario dat de broer van de verdachte de auto had geleend.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 7 juli 2015.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.