Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede en het derde middel
3.Beoordeling van het vierde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
7 juli 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest, maar alleen wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, met vermindering daarvan. De overige onderdelen van het beroep werden verworpen.
De Hoge Raad beoordeelde de middelen en oordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase had plaatsgevonden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden. Dit leidde tot vermindering van de straf van 27 maanden naar 26 maanden.
De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafduur en verwierp het beroep voor het overige. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 27 maanden naar 26 maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.