ECLI:NL:HR:2015:1782

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 juli 2015
Publicatiedatum
7 juli 2015
Zaaknummer
13/02920
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 361.2 aanhef en onder b SvArt. 440 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens overschrijding redelijke termijn en toewijzing schadevergoeding

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Het middel van cassatie richtte zich op de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de daarbij opgelegde schadevergoedingsmaatregel.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het bestreden arrest uitsluitend voor zover het de toewijzing van de vordering en de schadevergoedingsmaatregel betreft, en adviseerde een passende beslissing op basis van artikel 440 Sv Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het middel terecht was voorgesteld en dat de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij niet juist was.

Daarnaast stelde de Hoge Raad ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden, aangezien meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidde tot een vermindering van de opgelegde taakstraf van 100 uren naar 95 uren, met een subsidiaire vermindering van de vervangende hechtenis van 50 naar 47 dagen.

De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof voor zover het de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening van deze punten. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest voor de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en vermindert de taakstraf wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

7 juli 2015
Strafkamer
nr. 13/02920
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 21 mei 2013, nummer 21/004901-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de daarbij opgelegde schadevergoedingsmaatregel, en tot zodanige op art. 440 Sv Pro gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt over de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij.
2.2.
Op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal in het bijzonder die onder 12 is het middel terecht voorgesteld.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan 2 jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde werkstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis.

4.Slotsom

Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 vermelde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak wat betreft het aantal uren te verrichten taakstraf en de duur van de vervangende hechtenis;
vermindert het aantal uren taakstraf in die zin dat dit 95 uren bedraagt, subsidiair 47 dagen hechtenis;
vernietigt de bestreden uitspraak voorts wat betreft de beslissing tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij en de beslissing tot oplegging van de schadevergoedingsmaatregel;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 juli 2015.