Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het derde middel
5.Slotsom
6.Beslissing
30 juni 2015.
Hoge Raad
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin verdachte werd veroordeeld voor het voorbereiden van het misdrijf van het voorhanden hebben van een vuurwapen zonder verlof, in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Het hof had vastgesteld dat verdachte telefonisch contact had gezocht met een verkoper naar aanleiding van een advertentie voor een vuurwapen, gerichte vragen stelde over het wapen en munitie, en een mondelinge overeenkomst sloot om het wapen te kopen. De verkoper weigerde te leveren vanwege het ontbreken van een verlof bij verdachte. Het hof oordeelde dat dit een begin van uitvoering van het voorgenomen misdrijf was, ondanks dat het wapen niet daadwerkelijk werd verkregen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel dat stelde dat er geen begin van uitvoering was, en bevestigde dat de gedragingen van verdachte naar uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op voltooiing van het delict. Wel vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het hof had verzuimd de duur van de vervangende hechtenis bij de taakstraf vast te stellen, en bepaalde deze op twintig dagen. Het beroep werd verder verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor poging tot het voorhanden hebben van een vuurwapen zonder verlof, met een taakstraf van 40 uur en vervangende hechtenis van twintig dagen.