ECLI:NL:HR:2015:1758

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 juni 2015
Publicatiedatum
30 juni 2015
Zaaknummer
15/00666
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep tegen uitleveringsuitspraak Verenigde Staten

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel inzake een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Verenigde Staten van Amerika. De opgeëiste persoon, geboren in 1976, werd verdacht van uitlokking en stelde dat uitlevering zou leiden tot een flagrante schending van zijn recht op een eerlijk proces zoals gewaarborgd in artikel 6 EVRM Pro.

Namens de opgeëiste persoon werd een middel van cassatie ingediend door mr. O.J. Much. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering noodzakelijk was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest werd gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst, samen met raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 30 juni 2015. Het beroep werd verworpen, waarmee de uitlevering aan de Verenigde Staten bevestigd bleef.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering aan de Verenigde Staten bevestigd.

Uitspraak

30 juni 2015
Strafkamer
nr. 15/00666 U
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de Rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 21 januari 2015, nummer [001] , op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft mr. O.J. Much, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
30 juni 2015.