ECLI:NL:HR:2015:1720

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 juni 2015
Publicatiedatum
25 juni 2015
Zaaknummer
12/00580
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.A.C.A. Overgaauw
  • D.G. van Vliet
  • P. Lourens
  • E.N. Punt
  • L.F. van Kalmthout
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake douanerechten

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 22 december 2011, waarin het hoger beroep van de Inspecteur tegen uitspraken van de Rechtbank te Haarlem werd behandeld over uitnodigingen tot betaling van douanerechten.

De Hoge Raad ontving een verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een schriftelijke reactie op een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie, maar achtte deze reactie niet tijdig ingediend en sloeg er geen acht op.

Het ingediende middel werd door de Hoge Raad niet ontvankelijk verklaard voor cassatie, omdat het niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noopt, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad zag geen aanleiding voor veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren op 26 juni 2015.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

26 juni 2015
Nr. 12/00580
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 22 december 2011, nrs. 09/00314 tot en met 09/00317, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 08/1455 en AWB 08/1457 tot en met AWB 08/1459) betreffende uitnodigingen tot betaling van douanerechten.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
De Staatssecretaris heeft, daartoe in de gelegenheid gesteld, schriftelijk gereageerd op het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 juli 2014, gevoegde zaken Kamino International Logistics B.V. en Datema Hellmann Worldwide Logistics B.V., C‑129/13 en C‑130/13, ECLI:EU:C:2014:2041, BNB 2014/231. Nu de reactie bij de Hoge Raad na afloop van de daartoe gestelde termijn is ingediend, slaat de Hoge Raad op dit stuk geen acht.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 26 juni 2015, nr. 10/02774bis, ECLI:NL:HR:2015:1666, onderdeel 2.2).

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.C.A. Overgaauw als voorzitter, en de raadsheren D.G. van Vliet, P. Lourens, E.N. Punt en L.F. van Kalmthout, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 juni 2015.