Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 24 juni 2014, nr. 14/00002, betreffende de afwijzing van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de afwijzing van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening. De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brieven gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een termijn gesteld voor betaling.
Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet voldaan. Belanghebbende heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om een verklaring te geven voor de niet-tijdige betaling. Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moet het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld en in het openbaar uitgesproken op 30 januari 2015.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.