Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
23 juni 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het rijden onder invloed op 30 juni 2013 in Amersfoort. Het hof baseerde zijn oordeel mede op een ambtsedig proces-verbaal van een aspirant-agent, waarin deze verklaarde de verdachte als bestuurder te hebben gezien. De verdediging heeft steeds ontkend dat de verdachte de bestuurder was en heeft verzocht deze getuige te horen.
Het hof wees dit verzoek af, stellende dat er geen noodzaak was om de getuigen te horen en dat de verklaring betrouwbaar was. De Hoge Raad oordeelt dat het gebruik van een niet ter terechtzitting afgelegde, verdachte-belastende verklaring zonder dat de verdediging de getuige heeft kunnen ondervragen, in strijd is met art. 6 EVRM Pro, tenzij deze verklaring voldoende steun vindt in ander bewijs.
In deze zaak ontbreekt die steun voor het betwiste onderdeel van de verklaring. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting. Hiermee wordt de waarborg van een eerlijk proces en het recht op hoor en wederhoor gewaarborgd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.