Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van de middelen voor het overige
4.Beslissing
23 juni 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor witwassen van een geldbedrag van bijna 300.000 euro, dat afkomstig was uit hennepteelt. Dit geld werd in een kluis in de woning van verdachte aangetroffen. Volgens het hof behoorde het geld aan de zwager van verdachte, die het had verdiend met hennepteelt, en werd het door verdachte voor hem bewaard.
De verdachte stelde in cassatie onder meer dat het hof ten onrechte had geoordeeld dat het geld niet onmiddellijk uit eigen misdrijf van verdachte afkomstig was, en dat daarmee het vereiste voor schuldwitwassen niet was voldaan. De Hoge Raad herhaalde de toepasselijke rechtspraak en oordeelde dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het niet onbegrijpelijk is dat het hof het geld niet als afkomstig uit een eigen misdrijf van verdachte beschouwde.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De overige middelen van verdachte konden ook niet tot cassatie leiden. Hiermee bleef de veroordeling voor witwassen in stand.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt veroordeling voor witwassen van geld afkomstig uit hennepteelt.