Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede en het derde middel
4.Slotsom
5.Beslissing
16 juni 2015.
Hoge Raad
De verdachte werd door het Gerechtshof Den Haag veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 436 kilo amfetamine in Stellendam in augustus 2009. Tegen dit arrest stelde de verdachte cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad onderzocht de motivering van de bewezenverklaring en oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd dat de verdachte samen met anderen het genoemde amfetaminebezit had gehad. Hierdoor voldeed het arrest niet aan de eis der wet.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en de strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat deze geen aanleiding gaven tot rechtsontwikkeling of rechtseenheid.
De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad, en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 16 juni 2015. De zaak wordt nu opnieuw behandeld door het hof om de bewezenverklaring en strafoplegging adequaat te motiveren en te beoordelen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor bewezenverklaring en strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.