ECLI:NL:HR:2015:1541

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juni 2015
Publicatiedatum
11 juni 2015
Zaaknummer
15/01267
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 15 Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizenWetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot cassatie inzake machtiging voortgezet verblijf op grond van Wet bijzondere opnemingen psychiatrische ziekenhuizen

De zaak betreft een verzoek tot cassatie door betrokkene tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2014, waarin een machtiging voor voortgezet verblijf op grond van artikel 15 van Pro de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz) is verleend.

Betrokkene, die momenteel verblijft te een plaats, heeft beroep in cassatie ingesteld tegen deze beschikking. De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft het middel van betrokkene beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering was geen nadere motivering vereist omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en de beschikking van de rechtbank gehandhaafd. De beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens (voorzitter), C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot op 12 juni 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Amsterdam inzake machtiging voortgezet verblijf blijft gehandhaafd.

Uitspraak

12 juni 2015
Eerste Kamer
15/01267
LZ/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[betrokkene],
thans verblijvende te [plaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. den Hoed,
t e g e n
de OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT AMSTERDAM,
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als betrokkene en de officier van justitie.

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak 577182 / FARK 14.8941 van de rechtbank Amsterdam van 17 december 2014.
De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank heeft betrokkene beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De officier van justitie heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en M.V. Polak, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
12 juni 2015.