Uitspraak
wonende te Curaçao,
wonende te Curaçao,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 juni 2015.
Hoge Raad
In deze zaak stond een geschil centraal over het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensrecht tussen verzoekster en verweerder, beiden woonachtig te Curaçao. Het geding in feitelijke instanties bestond uit een vonnis van de rechtbank van Curaçao en een arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
Verzoekster stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, terwijl verweerder geen verweerschrift indiende. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 12 juni 2015.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en laat het arrest van het hof in stand.