ECLI:NL:HR:2015:1479

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juni 2015
Publicatiedatum
4 juni 2015
Zaaknummer
15/00151
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:119 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart verzoek tot herziening niet-ontvankelijk wegens niet betaling griffierecht

Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een arrest van 17 oktober 2014. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht en een betalingstermijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is echter niet voldaan binnen deze termijn.

De griffier heeft belanghebbende vervolgens in de gelegenheid gesteld om redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. De door belanghebbende aangevoerde redenen werden niet als voldoende geacht om het verzuim te rechtvaardigen. Op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen (artikel 8:41 lid Pro 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119 lid 2 van Pro de Awb) werd het verzoek tot herziening daarom niet-ontvankelijk verklaard.

De Hoge Raad achtte geen gronden aanwezig om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 5 juni 2015 in het openbaar gewezen door de raadsheren C. Schaap, M.A. Fierstra en Th. Groeneveld.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van griffierecht.

Uitspraak

5 juni 2015
Nr. 15/00151
Arrest
gewezen op het verzoek van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tot herziening van het arrest van de
Hoge Raad der Nederlandenvan 17 oktober 2014, nr. 14/01704.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het verzoek tot herziening

De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij aangetekende brief van 19 februari 2015, die volgens de gegevens van Track&Trace van PostNL is afgeleverd op het door belanghebbende opgegeven adres, gewezen op de verschuldigdheid van griffierecht ter zake van het verzoek tot herziening en voor de betaling een termijn van vier weken gesteld. Het griffierecht is niet voldaan.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende bij brief van 20 maart 2015 in de gelegenheid gesteld de redenen voor de termijnoverschrijding mee te delen. Hetgeen belanghebbende in zijn brief van 25 maart 2015 aanvoert vormt geen grond voor het oordeel dat belanghebbende niet in verzuim is geweest.
Het verzoek tot herziening moet derhalve op grond van artikel 8:41, lid 6, tweede volzin, in verbinding met artikel 8:119, lid 2, van de Awb niet-ontvankelijk worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2015.