ECLI:NL:HR:2015:1446

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2015
Publicatiedatum
2 juni 2015
Zaaknummer
15/00399
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 465 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid herzieningsverzoek wegens buiten behandeling laten hoger beroep

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegane beschikking van het Gerechtshof Arnhem, waarbij het hoger beroep tegen een vonnis van de Politierechter buiten behandeling werd gelaten. De aanvrager was veroordeeld voor mishandeling en het niet tonen van een identiteitsbewijs.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het herzieningsverzoek. De Hoge Raad oordeelde dat de beslissing tot het buiten behandeling laten van het hoger beroep niet kwalificeert als een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Daarom kon het herzieningsverzoek niet worden ontvangen op grond van artikel 465, eerste lid, Sv. De Hoge Raad zag geen grond voor een extensieve uitleg van deze bepalingen zoals bepleit door de aanvrager.

De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het herzieningsverzoek niet-ontvankelijk omdat het buiten behandeling laten van het hoger beroep geen veroordeling is in de zin van art. 457 Sv.

Uitspraak

2 juni 2015
Strafkamer
nr. 15/00399 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegane beschikking van het Gerechtshof te Arnhem van 8 januari 2008, nummer 21/004023-07, ingediend door mr. W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft bij beschikking van 8 januari 2008 beslist dat het hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Arnhem van 10 oktober 2007 waarbij de aanvrager ter zake van 1. "mishandeling" en 2. "niet voldoen aan de verplichting om een identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, hem opgelegd bij art. 2 van Pro de Wet op de identificatieplicht" is veroordeeld tot een geldboete van € 170,-, subsidiair 3 dagen hechtenis, en tot een geldboete van € 50,-, subsidiair 1 dag hechtenis, buiten behandeling wordt gelaten.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van het herzieningsverzoek.

4.Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag zal niet tot herziening kunnen leiden, reeds omdat de beslissing tot het buiten behandeling laten van het hoger beroep niet is een uitspraak houdende een veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvraag kan daarom - gelet op art. 465, eerste lid, Sv - niet worden ontvangen. Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 18 ziet de Hoge Raad geen ruimte voor de in de aanvraag bepleite extensieve uitleg van evengenoemde bepaling.

5.Beslissing

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
2 juni 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.