Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
2 juni 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2013 vernietigd, voor zover het betrekking heeft op de bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde en de strafoplegging. De zaak betreft een combinatie van diefstal en medeplegen van oplichting waarbij de verdachte zich toegang verschafte met een vals kostuum.
Het hof had de bewezenverklaring gebaseerd op een opgave van bewijsmiddelen, waaronder een bekennende verklaring van de verdachte. Echter, omdat de raadsman van de verdachte in hoger beroep vrijspraak had bepleit, was het volgens de Hoge Raad niet toegestaan om vol te staan met een opgave van bewijsmiddelen zonder nadere motivering.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof tekort was geschoten in de motivering van de bewezenverklaring en vernietigde het arrest voor dat onderdeel. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling en afdoening van het hoger beroep. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de bewezenverklaring en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.