Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Beoordeling van de aanvraag
4.Beslissing
27 januari 2015.
Hoge Raad
De aanvrager heeft een verzoek tot herziening ingediend tegen een verstekvonnis van de kantonrechter te 's-Gravenhage, waarbij hij veroordeeld werd tot twee weken hechtenis wegens overtreding van artikel 107 lid 1 van Pro de Wegenverkeerswet 1994.
De Hoge Raad beoordeelde of de aanvraag voldeed aan de voorwaarden van artikel 457, eerste lid, aanhef en onder c, van het Wetboek van Strafvordering, die voorschrijven dat een herziening alleen mogelijk is indien een nieuw, bij het eerdere onderzoek onbekend gegeven wordt aangevoerd dat ernstige twijfel aan de rechtmatigheid van het vonnis wekt.
De Hoge Raad oordeelde dat het aangevoerde niet voldoet aan deze criteria, aangezien het niet gaat om een nieuw gegeven dat tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of toepassing van een minder zware strafbepaling zou kunnen leiden. De aanvraag werd daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens gebrek aan nieuw, doorslaggevend gegeven.