Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
26 mei 2015.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 juni 2013. De verdediging, vertegenwoordigd door mr. O.J. Much, heeft een middel van cassatie voorgesteld. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het middel beoordeeld en geoordeeld dat het niet tot cassatie kan leiden. Omdat het middel geen rechtsvragen oproept die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, is geen nadere motivering vereist. De Hoge Raad heeft daarop het beroep verworpen.
Het arrest is gewezen door de raadsheer J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en N. Jörg, en uitgesproken in openbare terechtzitting op 26 mei 2015.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen, het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.