Belanghebbende, woonachtig in België, stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 oktober 2014. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda over de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor het jaar 2007.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en een conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling concludeerde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee blijft het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch in stand.