Belanghebbende, gevestigd in België, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch betreffende een door een BVBA aan de Belastingdienst betaald bedrag. Na eerdere procedures bij de Rechtbank te Breda en het Hof, werd het beroep in cassatie door belanghebbende ingesteld bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie gegrond verklaard en de uitspraak van het Hof, evenals die van de Rechtbank en de Inspecteur, vernietigd. Tevens verklaarde de Hoge Raad het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk, overeenkomstig de gronden vermeld in een gelijktijdig gewezen arrest.
Daarnaast legde de Hoge Raad geen proceskostenveroordeling op, maar gelastte de Staatssecretaris van Financiën en de Inspecteur om aan belanghebbende de betaalde griffierechten voor de verschillende instanties te vergoeden, in totaal €278.
Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 22 mei 2015.