Belanghebbende uit België stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 9 oktober 2014, waarin het hoger beroep tegen een uitspraak van de Rechtbank Breda werd behandeld. De zaak betrof de voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen voor het jaar 2008.
De Hoge Raad ontving het verweerschrift van de Staatssecretaris van Financiën en de conclusie van repliek van belanghebbende. Na beoordeling van de klachten concludeerde de Hoge Raad dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de Hoge Raad dat er geen gronden waren voor een veroordeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2015.