De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof, doch uitsluitend voor zover daarbij het bij de Rechtbank ingestelde beroep ongegrond is verklaard,
verklaart het bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond,
vernietigt de uitspraak van de Inspecteur,
vernietigt de beschikking,
gelast dat de Inspecteur met inachtneming van dit arrest opnieuw beslist op het door belanghebbende ingediende verzoek als bedoeld in artikel 3.65, lid 1, van de Wet inkomstenbelasting 2001,
gelast dat de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 122, en gelast dat de Inspecteur aan belanghebbende vergoedt het bij de Rechtbank betaalde griffierecht ter zake van de behandeling van de zaak voor de Rechtbank ten bedrage van € 41,
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2940 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand, en
veroordeelt de Inspecteur in de kosten van het geding voor de Rechtbank aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2205 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.