Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste, het tweede, het derde en het vierde middel
3.Beoordeling van het vijfde middel
4.Beslissing
19 mei 2015.
Hoge Raad
Verdachte werd door het Hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden wegens afpersing en bedreiging met geweld en openbaarmaking van een geheim. Het Hof nam mee dat verdachte gedurende ruim negen maanden een totaalbedrag van ruim €150.000,- van het slachtoffer had afgedwongen, met ernstige impact op het slachtoffer en diens gezin.
De verdediging stelde dat een werkstraf met een geheel voorwaardelijke vrijheidsstraf passend zou zijn, mede omdat het feit dateert uit 2010 en verdachte niet eerder voor afpersing was veroordeeld. Het Hof oordeelde echter dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur gerechtvaardigd was, mede gelet op eerdere veroordelingen en schriftelijke waarschuwingen voor vermogensdelicten.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, waarbij werd bevestigd dat de strafmotivering toereikend was en dat het belang van een eerdere niet-onherroepelijke veroordeling was komen te vervallen. Daarmee werd het arrest van het Hof onherroepelijk en bleef de opgelegde straf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep, waardoor de onvoorwaardelijke gevangenisstraf van vijftien maanden onherroepelijk werd.