ECLI:NL:HR:2015:1229

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 mei 2015
Publicatiedatum
11 mei 2015
Zaaknummer
14/01932
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 6 EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt overschrijding redelijke termijn zonder gevolgen voor verdachte

De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam in een strafzaak. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was.

Ambtshalve constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, omdat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Ondanks deze termijnoverschrijding werd geen straf of maatregel opgelegd aan de verdachte.

Gezien het ontbreken van een opgelegde straf zag de Hoge Raad geen aanleiding om rechtsgevolgen te verbinden aan de termijnoverschrijding en volstond met de constatering. Het beroep in cassatie werd derhalve verworpen.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren, uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 12 mei 2015.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen ondanks de overschrijding van de redelijke termijn.

Uitspraak

12 mei 2015
Strafkamer
nr. 14/01932
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 4 maart 2013, nummer 23/004161-10, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. D.R. Doorenbos, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de omstandigheid dat de verdachte strafbaar is verklaard doch geen straf of maatregel is opgelegd, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren N. Jörg en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 mei 2015.