Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
27 januari 2015.
Hoge Raad
De zaak betreft een schietincident op 15 juli 2012 te Utrecht waarbij verdachte onder meer wordt verdacht van poging tot doodslag. Het hof Arnhem-Leeuwarden heeft verdachte veroordeeld en het beroep op noodweer verworpen, stellende dat niet aannemelijk was dat sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het beroep op noodweer werd verworpen, ondanks dat verdachte en een medeverdachte onverwacht werden geconfronteerd met een persoon met een getrokken vuurwapen. De bewijsvoering en verklaringen boden onvoldoende duidelijkheid over de volgorde en aard van de schotenwisseling.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof uitsluitend voor het tenlastegelegde en de strafoplegging en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweer en strafoplegging.