Uitspraak
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Noord-Nederlandvan 25 november 2014, nr. LEE 14/210, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 20 mei 2014.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 1 mei 2015 uitspraak gedaan in een zaak waarbij belanghebbende beroep in cassatie had ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. Het cassatieberoep betrof een verzet tegen een eerdere uitspraak van 20 mei 2014.
Bij de beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep oordeelde de Hoge Raad dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat de appellant klaarblijkelijk onvoldoende belang had bij het beroep of omdat de klachten evident niet tot cassatie konden leiden.
Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en na advies van de Procureur-Generaal werd het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak werd gedaan door drie raadsheren, onder voorzitterschap van C. Schaap, en in aanwezigheid van de waarnemend griffier F. Treuren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang en niet-ontvankelijkheid van de klachten.