ECLI:NL:HR:2015:118

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 januari 2015
Publicatiedatum
27 januari 2015
Zaaknummer
14/00040
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 51 SvArt. 434 SvArt. 588 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving oproepvoorschrift bij hoger beroep

De verdachte werd in hoger beroep bij verstek veroordeeld door het Gerechtshof Den Haag. De raadsvrouwe van de verdachte was niet verschenen, terwijl zij volgens het hof correct was opgeroepen conform art. 51 Sv Pro. De griffier informeerde naar de reden van afwezigheid, waaruit bleek dat de raadsvrouwe de kennisgeving niet had ontvangen.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof zonder nader onderzoek mocht aannemen dat art. 51 Sv Pro was nageleefd, maar dat het oordeel van het hof dat dit daadwerkelijk het geval was, zonder nadere motivering niet begrijpelijk was. Dit maakte het middel van de verdachte gegrond.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag om het hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen. Hiermee wordt het belang van correcte en aantoonbare oproeping van de raadsvrouw in hoger beroep benadrukt.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

27 januari 2015
Strafkamer
nr. 14/00040
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 31 juli 2013, nummer 22/005472-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. M.J.N. Vermeij, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur en aanvullende schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde deze op het bestaande hoger beroep opnieuw te berechten en af te doen.
2. Beoordeling van het bij schriftuur voorgestelde middel
2.1.
Het middel keert zich tegen het oordeel van het Hof dat de raadsvrouwe van de verdachte behoorlijk is opgeroepen voor de terechtzitting in hoger beroep en klaagt dat het Hof de behandeling van de zaak niet buiten tegenwoordigheid van de raadsvrouwe bij verstek had mogen behandelen en afdoen.
2.2.
Bij de op de voet van art. 434, eerste lid, Sv aan de Hoge Raad gezonden stukken bevinden zich:
(i) een in de strafzaak van de verdachte door de president van het Hof gegeven last van 31 mei 2013 tot toevoeging van mr. A.A. Holleeder;
(ii) een aan het dubbel van de dagvaarding in hoger beroep gehechte brief van de Advocaat-Generaal bij het Hof van 31 mei 2013 aan mr. A.A. Holleeder, inhoudende dat de behandeling van de strafzaak tegen de verdachte zal plaatsvinden op 17 juli 2013 te 09.00 uur.
2.3.
Blijkens het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 17 juli 2013 is aldaar de verdachte noch diens raadsvrouwe verschenen. Dat proces-verbaal houdt het volgende in:
"De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986, adres: [a-straat 1] te [woonplaats],
is niet ter terechtzitting verschenen.
De raadsvrouw van de verdachte, mr. A.A. Holleeder, is - hoewel bij brief van 31 mei 2013 behoorlijk opgeroepen - niet ter terechtzitting verschenen.
(...)
De griffier heeft getracht de raadsvrouw telefonisch te bereiken. Zij heeft naar het kantoor van de raadsvrouw gebeld. Door een medewerkster van het kantoor is aan de griffier medegedeeld dat de raadsvrouw niet is opgeroepen en dat zij - in verband met een andere zaak - momenteel niet op kantoor is.
De voorzitter stelt vast dat de dagvaarding hoger beroep - overeenkomstig het bepaalde in artikel 588 van Pro het Wetboek van Strafvordering - op 26 juni 2013 op correcte wijze is uitgereikt aan de griffier van de rechtbank 's-Gravenhage, met verzending op diezelfde datum van een afschrift van de dagvaarding aan het gba-adres van de verdachte.
Het gerechtshof verleent verstek tegen de niet-verschenen verdachte."
2.4.
De stukken van het geding, waaronder de hiervoor onder 2.2 sub (ii) genoemde kennisgeving van de Advocaat-Generaal bij het Hof aan mr. A.A. Holleeder omtrent het tijdstip van de terechtzitting, wekken niet het vermoeden dat wat betreft de appeldagvaarding niet is voldaan aan (de strekking van) het voorschrift van art. 51 Sv Pro. Het Hof had daarom ook zonder nader te hebben onderzocht of daadwerkelijk een afschrift van de appeldagvaarding aan de raadsvrouwe was verzonden, mogen aannemen dat art. 51 Sv Pro was nageleefd. Het Hof heeft echter de griffier doen informeren naar de reden van de afwezigheid van de raadsvrouwe. Daartoe is zijdens de raadsvrouwe als reden opgegeven dat zij de meergenoemde kennisgeving niet had ontvangen. Bij die stand van zaken is het niet nader gemotiveerde oordeel van het Hof dat art. 51 Sv Pro is nageleefd niet zonder meer begrijpelijk.
2.5.
Het middel is gegrond.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het bij aanvullende schriftuur voorgestelde middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 januari 2015.