Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
De rechtbank heeft daarop een aantal posten in mindering gebracht en bepaald dat het te verrekenen vermogen wat betreft de aandelen in de BV € 118.559,-- bedraagt, zodat de man aan de vrouw € 59.279,50 dient te betalen.
Met betrekking tot de door de vrouw gemaakte aanspraak op afstorting van haar in de BV opgebouwde pensioenvoorziening verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk. Zij overwoog daartoe dat partijen volgens art. 13 van Pro de huwelijkse voorwaarden bij een geschil over de pensioenaanspraken bindend advies moeten inwinnen.
4.Beslissing
23 januari 2015.