ECLI:NL:HR:2015:1106

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2015
Publicatiedatum
23 april 2015
Zaaknummer
14/02074
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 54 Schengen UitvoeringsovereenkomstArt. 470 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag tot herziening in zaak medeplegen moord

De zaak betreft een aanvraag tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager is veroordeeld voor medeplegen van moord tot een gevangenisstraf van twaalf jaar en zes maanden. De aanvraag tot herziening betrof de stelling dat een brief van een Bulgaarse Officier van Justitie, die door het hof als doorslaggevend bewijs was gebruikt, valselijk zou zijn opgemaakt.

De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd dat de aanvraag zal worden afgewezen. Na nadere toetsing blijkt uit een brief van de Bulgaarse Hoofdofficier van Justitie dat de stelling van valsheid onjuist is, waardoor de aanvraag feitelijk geen grondslag heeft.

De Hoge Raad heeft daarom de aanvraag tot herziening afgewezen op grond van artikel 470 Sv Pro. De uitspraak is gedaan door de Strafkamer van de Hoge Raad op 21 april 2015, waarbij de vice-president als voorzitter en twee raadsheren hebben deelgenomen.

Uitkomst: De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af wegens gebrek aan feitelijke grondslag.

Uitspraak

21 april 2015
Strafkamer
nr. 14/02074 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvraag tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 16 december 2010, nummer 21/004326-08, ingediend door mr. M.M.A.J. Goris, advocaat te Almelo, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981.

1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd

Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank Arnhem van 22 oktober 2008 - de aanvrager ter zake van "medeplegen van moord" veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertien jaren, welke straf bij arrest van de Hoge Raad van 6 november 2012 is verminderd tot twaalf jaren en zes maanden.

2.De aanvraag tot herziening

De aanvraag tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

3.1.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvraag zal afwijzen.
3.2.
De Hoge Raad heeft bij arrest van 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:218, de Advocaat-Generaal in de gelegenheid gesteld tot toezending van een afschrift van de door hem aan het dossier toegevoegde stukken aan de raadsvrouwe van de aanvrager.
3.3.
De raadsvrouwe heeft de aanvraag tot herziening schriftelijk nader toegelicht.

4.Beoordeling van de aanvraag

4.1.
De aanvraag berust op de stelling dat de brief van de Bulgaarse Officier van Justitie Stefanov van 17 september 2010, waaraan door het Hof bij de verwerping van het verweer dat het in art. 54 van Pro de Schengen Uitvoeringsovereenkomst neergelegde ne bis in idem-beginsel is geschonden doorslaggevende betekenis is toegekend, valselijk is opgemaakt.
4.2.
Uit de in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 8 weergegeven brief van Hoofdofficier van Justitie Stefanov van 25 november 2014 volgt dat deze stelling onjuist is, zodat de aanvraag feitelijke grondslag mist.
4.3.
De aanvraag is dus ongegrond en moet ingevolge art. 470 Sv Pro worden afgewezen.

5.Beslissing

De Hoge Raad wijst de aanvraag tot herziening af.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 april 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.