ECLI:NL:HR:2015:1101

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 april 2015
Publicatiedatum
21 april 2015
Zaaknummer
14/04152, 14/04155, 14/04156
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • J.P. Balkema
  • J.W. Ilsink
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 SvArt. 472 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens persoonsverwisseling bij poging tot diefstal

De aanvrager werd door verschillende politierechters veroordeeld voor meerdere pogingen tot diefstal, waarbij gevangenisstraffen werden opgelegd, zowel voorwaardelijk als onvoorwaardelijk.

Na het indienen van aanvragen tot herziening stelde de Hoge Raad vast dat er sprake was van een persoonsverwisseling, een gegeven dat bij de oorspronkelijke berechting niet bekend was. Dit gegeven wekt het ernstige vermoeden dat de aanvrager, indien dit bekend was geweest, vrijgesproken zou zijn.

De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvragen gegrond verklaard moesten worden en dat de zaken opnieuw moesten worden berecht door het gerechtshof. De Hoge Raad volgde dit advies en besloot de zaken terug te verwijzen voor hernieuwde berechting, waarbij de tenuitvoerlegging van de vonnissen werd opgeschort of geschorst.

Het arrest werd gewezen door de vice-president van de Hoge Raad en twee raadsheren, waarbij twee raadsheren buiten staat waren het arrest te ondertekenen.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvragen gegrond wegens persoonsverwisseling en verwijst de zaken terug naar het gerechtshof voor hernieuwde berechting.

Uitspraak

21 april 2015
Strafkamer
nrs. S 14/04152 H, S 14/04155 H en S 14/04156 H
AGE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op aanvragen tot herziening van in kracht van gewijsde gegane vonnissen van de Politierechter in de Rechtbank Alkmaar van 3 oktober 2008, nummer 14/702569-08, de Politierechter in de Rechtbank Breda van 14 mei 2008, nummers 02/620162-08 en 02/620258-08 en de Politierechter in de Rechtbank 's-Gravenhage van 8 juli 2008, nummer 09/535218-08, ingediend door mr. J.A. Huibers, advocaat te Amsterdam, namens:
[aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.De uitspraken waarvan herziening is gevraagd

De Politierechter in de Rechtbank Alkmaar heeft de aanvrager ter zake van "poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van een valse sleutel" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken. De Politierechter in de Rechtbank Breda heeft de aanvrager ter zake van driemaal "poging tot diefstal" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand, met een proeftijd van twee jaren. De Politierechter in de Rechtbank 's-Gravenhage heeft de aanvrager ter zake van "poging tot diefstal" veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken.

2.De aanvragen tot herziening

2.1.
De aanvragen tot herziening zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
2.2.
De aanvragen berusten op de stelling dat sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv. In de aanvragen wordt daartoe aangevoerd dat sprake is van een persoonsverwisseling.

3.De conclusie van de Advocaat-Generaal

De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd dat de Hoge Raad de aanvragen gegrond zal verklaren en de zaken zal verwijzen naar een Gerechtshof, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.

4.Beoordeling van de aanvragen

4.1.
Als grondslag voor een herziening kan, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid aanhef en onder c van art. 457 Sv Pro slechts dienen een door bescheiden gestaafd gegeven dat bij het onderzoek op de terechtzitting aan de rechter niet bekend was en dat het ernstige vermoeden wekt dat indien dit gegeven bekend zou zijn geweest, het onderzoek van de zaak zou hebben geleid hetzij tot een vrijspraak van de gewezen verdachte, hetzij tot een ontslag van alle rechtsvervolging, hetzij tot de niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot de toepassing van een minder zware strafbepaling.
4.2.
Hetgeen door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie is vermeld, geeft steun aan de stelling waarop de aanvragen berusten, te weten dat in de zaken die hebben geleid tot de uitspraken waarvan herziening is gevraagd, sprake is geweest van een persoonsverwisseling.
4.3.
Een en ander levert het ernstig vermoeden op dat de Politierechters, waren zij hiermee bekend geweest, de aanvrager van het hem tenlastegelegde zouden hebben vrijgesproken.

5.Slotsom

Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat hier sprake is van een gegeven als bedoeld in art. 457, eerste lid aanhef en onder c, Sv, zodat de aanvragen gegrond zijn en als volgt moet worden beslist.

6.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart de aanvragen tot herziening gegrond;
beveelt voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van voormelde vonnissen;
verwijst de zaken naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaken op de voet van art. 472, tweede lid, Sv opnieuw zullen worden berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J.P. Balkema en J.W. Ilsink, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 april 2015.
Mr. Balkema en mr. Ilsink zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.