Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
21 april 2015.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch uit december 2013 in een strafzaak waarbij een gevangenisstraf van achttien jaar was opgelegd.
De Hoge Raad beoordeelde het beroep en constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM was overschreden doordat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en de cassatiefase meer dan zestien maanden in beslag had genomen terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf verminderd van achttien jaar naar zeventien jaar en tien maanden. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de straf en verwierp het beroep voor het overige.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 21 april 2015.
Uitkomst: De gevangenisstraf is verminderd van achttien jaar naar zeventien jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase.