ECLI:NL:HR:2015:1071

Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2015
Publicatiedatum
16 april 2015
Zaaknummer
15/00565
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 288 lid 1 onder b FwArt. 288 lid 1 onder c FwArt. 288 lid 3 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek toepassing schuldsaneringsregeling en hardheidsclausule in WSNP

De zaak betreft een verzoekster die in cassatie ging tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling (WSNP) werd afgewezen. De rechtbank Midden-Nederland had eerder ook het verzoek afgewezen. De Hoge Raad verwijst naar deze eerdere uitspraken en bevestigt het oordeel van het hof.

De kern van het geschil betreft de toepassing van artikel 288 lid 1 onder Pro b en c van de Faillissementswet, die eisen stelt aan de goede trouw en de saneringsgezinde houding van de schuldenaar. Tevens is de hardheidsclausule van artikel 288 lid 3 Fw Pro aan de orde. De verzoekster stelde dat het hof deze bepalingen onjuist had toegepast.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep wordt gevolgd. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitspraak

17 april 2015
Eerste Kamer
15/00565
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P.J.Ph. Dietz de Loos.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak C/16/377295/FT RK 14/2112 van de rechtbank Midden-Nederland van 25 november 2014;
b. het arrest in de zaak 200.160.546/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 29 januari 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 17 maart 2015 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
17 april 2015.