Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 9 april 2014, waarin het hoger beroep van belanghebbende werd behandeld over aanslagen afvalstoffenheffing, rioolheffing van de gemeente Leiden en watersysteemheffing van het Hoogheemraadschap van Rijnland voor het jaar 2013.
Het dagelijks bestuur van het Openbaar Lichaam Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland diende een verweerschrift in en belanghebbende reageerde met een conclusie van repliek. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden.
Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vond geen gronden voor proceskostenveroordeling en verklaarde het cassatieberoep ongegrond.
Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter en raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, en in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2015.