ECLI:NL:HR:2014:999

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
24 april 2014
Zaaknummer
13/02388
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt omgangsregeling in afwachting teruggeleiding kinderen VS

De zaak betreft een geschil over de omgangsregeling met kinderen die tijdelijk in Nederland verblijven, terwijl het verzoek tot teruggeleiding naar de Verenigde Staten nog in behandeling is. De voorzieningenrechter te Assen stelde op 17 december 2012 een omgangsregeling vast, welke door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 19 maart 2013 werd bekrachtigd.

De moeder stelde cassatieberoep in tegen dit arrest, waarbij de vader niet verscheen en verstek werd verleend. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de moeder niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was op grond van artikel 81 lid 1 RO Pro.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de eerdere beslissingen en compenseerde de kosten van het cassatiegeding zodanig dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de Hoge Raad op 25 april 2014.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de omgangsregeling.

Uitspraak

25 april 2014
Eerste Kamer
nr. 13/02388
LZ/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[de vader],
wonende te [woonplaats], Verenigde Staten van Amerika
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de moeder en de vader.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 96464/KG ZA 12-245 van de voorzieningenrechter te Assen van 17 december 2012;
b. het arrest in de zaak 200.120.781/01 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 maart 2013 en herstelarrest van 26 april 2013.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 19 maart 2013 heeft de moeder beroep in cassatie ingesteld.
De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen de vader is verstek verleend.
De zaak is voor de moeder toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.E. Drion en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
25 april 2014.