ECLI:NL:HR:2014:987

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 april 2014
Publicatiedatum
24 april 2014
Zaaknummer
13/00193
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep in cassatie tegen aanmaningskosten gemeente Bergen

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam, waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Alkmaar werd behandeld. De zaak betrof aanmaningskosten die door de gemeente Bergen in rekening waren gebracht en een verzoek tot vergoeding van kosten voor de bezwaarprocedure.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van belanghebbende niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering nodig, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder wees de Hoge Raad het verzoek tot veroordeling in proceskosten af, omdat daarvoor geen gronden aanwezig waren. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en het arrest werd in het openbaar uitgesproken op 25 april 2014 door raadsheren Schaap, Groeneveld en Wortel.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.

Uitspraak

25 april 2014
Nr. 13/00193
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 22 november 2012, nr. 12/00125, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank te Alkmaar (nr. AWB 09/2408) betreffende de door de ambtenaar belast met de invordering van de gemeente Bergen aan belanghebbende in rekening gebrachte aanmaningskosten, alsmede de afwijzing van een verzoek om vergoeding van kosten in verband met de behandeling van het bezwaar.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 25 april 2014.