Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
[betrokkene 2] in te rijden.
3.Slotsom
4.Beslissing
22 april 2014.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die in de nacht van 16 op 17 april 2011 in Arnhem met een auto op twee personen inreed, waarbij sprake was van een poging tot doodslag. Het hof had het beroep op noodweerexces verworpen en de verdachte veroordeeld. De verdachte stelde cassatie in tegen dit arrest.
De Hoge Raad constateert dat het hof slechts de vernieling van de autoruit als wederrechtelijke aanranding heeft aangemerkt, terwijl ook het kort daarvoor gebruikte geweld door de slachtoffers tegen de auto en de verdachte als zodanig kan worden beschouwd. Hierdoor is de motivering van het hof waarom het beroep op noodweerexces wordt verworpen onvoldoende begrijpelijk.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweerexces, waarbij alle relevante geweldsuitingen moeten worden betrokken. Dit arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken op 22 april 2014.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het beroep op noodweerexces.